Jesse Burger
Terug naar blog
Tools·Productiviteit

AI-Tools die Niemand Kent (Maar Iedereen Zou Moeten Proberen)

Jesse Burger··11 min leestijd
§

Iedereen kent ChatGPT. De meeste mensen die wat dieper zitten kennen Claude of Gemini ook. Maar het AI-landschap is groter dan die twee of drie namen. Er bestaat een heel ecosysteem aan gespecialiseerde tools die voor specifieke taken stukken beter werken dan een generalist, en die de meeste mensen simpelweg niet tegenkomen omdat ze nooit de bekendste namen voorbij scrollen.

Dit is een praktische rondleiding. Per categorie: wat de tool doet, wat het goed doet, en waar het tekortschiet. Geen hype, gewoon wat het oplevert.

Research: voorbij de zoekmachine

De generieke AI-chatbot is prima voor snelle vragen, maar voor onderzoek dat ergens op moet slaan zijn er betere opties.

Elicit

Elicit is gebouwd voor literatuuronderzoek. Je stelt een onderzoeksvraag en het systeem doorzoekt miljoenen wetenschappelijke papers om relevante studies te vinden, vat ze samen en plaatst ze in een vergelijkende tabel.

Wat het goed doet: De extraction van specifieke datapunten uit papers is sterk. Je kunt vragen om een kolom toe te voegen met bijvoorbeeld "wat was de steekproefgrootte" of "welke methodologie werd gebruikt", en Elicit haalt dat op uit de volledige tekst. Dat bespaart uren handmatig doorspitten.

Waar het tekortschiet: Het is gericht op Engelstalige academische literatuur. Nederlandstalige of vakspecifieke bronnen buiten de grote databases vind je hier niet. Ook de gratis versie is snel beperkt in het aantal queries.

Consensus

Consensus werkt vergelijkbaar maar legt de nadruk op de vraag "wat zegt de wetenschap hierover". Het geeft een overzicht van de consensus (of het gebrek daaraan) op basis van de gevonden literatuur.

Wat het goed doet: Snel een beeld krijgen van of er wetenschappelijke onderbouwing bestaat voor een claim. Goed voor fact-checking van beweringen die "onderzoek heeft aangetoond dat..." beginnen.

Waar het tekortschiet: De samenvattingen zijn soms te simplistisch. Nuance en methodologische kwaliteit worden niet altijd goed meegewogen.

Semantic Scholar

Semantic Scholar is technisch gezien geen AI-tool in de chatbot-zin, maar de zoekmachine gebruikt AI om relaties tussen papers te begrijpen en aanbevelingen te doen. De gratis Citation Graph laat zien welke papers veel geciteerd worden in een bepaald veld, en wie wat citeert.

Wat het goed doet: Gratis, breed, en de paper-aanbevelingen op basis van wat je al bekeken hebt zijn verrassend goed. Voor iedereen die regelmatig vakliteratuur doorneemt is dit een betere startplek dan Google Scholar.

Waar het tekortschiet: Geen conversatie-interface. Het is een zoekmachine, geen assistent.

Schrijven: meer dan spellingcontrole

Hemingway Editor

Hemingway bestaat al voor de huidige AI-golf, maar de functie verandert niet. De tool markeert zinnen die te lang zijn, passieve constructies en adverbia die je tekst verzwakken. Geen AI die herschrijft, gewoon feedback op je eigen tekst.

Wat het goed doet: Het dwingt je om bewust te kijken naar zinlengte en actief taalgebruik. Voor wie in het Engels schrijft en dat wil aanscherpen, is Hemingway een snelle spiegel.

Waar het tekortschiet: De Nederlandse versie bestaat niet echt. De tool werkt voor Engels, niet voor andere talen. En de kleurcodering geeft soms een vertekend beeld: een complexe zin is niet per definitie een slechte zin.

LanguageTool

Als Grammarly-alternatief is LanguageTool de meest volwassen optie, zeker voor Nederlandstaligen. Het heeft een browserextensie, een desktop-app en werkt in meerdere talen.

Wat het goed doet: De Nederlandse grammaticacontrole is beter dan wat de meeste andere tools bieden. De extensie werkt in vrijwel elke webinterface, ook in e-mailclients en schrijftools.

Waar het tekortschiet: De premium-versie is nodig voor de betere stijlsuggesties. De gratis versie is functioneel maar voelt beperkter dan de concurrent Grammarly voor wie volledig in het Engels schrijft.

Specialisatie versus generalisme

Een generieke AI-chatbot kan ook schrijffeedback geven, maar gespecialiseerde schrijftools zijn anders ingestoken: ze geven feedback op je eigen tekst in plaats van een herschreven versie terug te sturen. Dat verschil in benadering maakt uit als je je eigen stijl wilt bewaren en verbeteren, in plaats van tekst te laten genereren.

Coderen: buiten de editor

Continue

Continue is een open-source extensie voor VS Code en JetBrains die een AI-assistent rechtstreeks in je editor brengt, maar dan met je eigen modellen. Je kunt het koppelen aan de API van Anthropic of OpenAI, maar ook aan een lokaal model via Ollama.

Wat het goed doet: De integratie met de codebase is goed. Continue "ziet" de bestanden die je open hebt staan, begrijpt de context en kan aanpassingen doen over meerdere bestanden heen. Het is ook de enige serieuze optie als je een AI-coding-assistent wilt die volledig lokaal en offline werkt.

Waar het tekortschiet: De configuratie vergt wat werk. Zeker als je met meerdere modellen en contexten wilt werken, is er een leercurve. De out-of-the-box ervaring is minder gepolijst dan bij GitHub Copilot.

Aider

Aider werkt in de terminal en is gebouwd voor het werken aan hele codebases. Je geeft bestanden mee, beschrijft wat je wilt, en Aider maakt de aanpassingen en commit ze direct naar Git.

Wat het goed doet: De Git-integratie is sterk. Elke aanpassing die Aider maakt, wordt als aparte commit opgeslagen met een beschrijvende boodschap. Dat maakt het makkelijk om te zien wat er is veranderd en om terug te draaien als iets niet klopt. Voor refactoring-taken over meerdere bestanden is het efficiënter dan een chatinterface.

Waar het tekortschiet: Het is een command-line tool zonder grafische interface. Wie niet thuis is in de terminal, heeft hier minder aan. Ook kan Aider bij complexe taken buiten de lijntjes gaan als je de context niet goed afbakent.

Claude Code

Claude Code is technisch gezien niet "onbekend", maar het wordt veel minder gebruikt dan de web-interface van Claude. Het is een terminal-tool die rechtstreeks in je projectdirectory werkt, bestanden leest en aanpast, en commando's uitvoert.

Wat het goed doet: Het begrip van project-architectuur is goed. Claude Code analyseert niet alleen losse bestanden maar begrijpt hoe componenten zich tot elkaar verhouden. Voor het bouwen van features in bestaande codebases werkt dat merkbaar beter dan een context-loos chatvenster.

Waar het tekortschiet: Je geeft een tool toegang tot je bestandssysteem, wat sommige mensen terecht doet aarzelen. En voor kleine, eenmalige vragen is het zwaarder dan nodig.

Productiviteit: minder vergaderingen, meer gedaan

Granola

Granola is een meeting-notatietool voor macOS. Het luistert mee met vergaderingen (via systeemaudio, dus zonder een bot in de call) en maakt daarna een samenvatting op basis van wat jijzelf hebt getypt en wat er gezegd is.

Wat het goed doet: De aanpak is subtiel. Er verschijnt geen opnamebot in de call, en de samenvatting combineert je eigen aantekeningen met een transcriptie. Je krijgt een bruikbaar verslag zonder dat je de vergadering hebt hoeven te stoppen om alles op te schrijven.

Waar het tekortschiet: Granola is macOS-only. En de kwaliteit van de samenvatting hangt sterk af van de audiokwaliteit. Zachte sprekers of calls met veel achtergrondgeluid leveren minder nauwkeurige transcripties op.

Raycast AI

Raycast kennen veel Mac-gebruikers als een betere Spotlight. Maar de AI-functionaliteit is een stuk minder bekend. Met Raycast AI heb je een AI-assistent beschikbaar via een sneltoets, vanuit elke app, zonder van context te hoeven wisselen.

Wat het goed doet: De snelheid en de integratie met de rest van de werkdag. Je kunt geselecteerde tekst direct laten samenvatten, herschrijven of vertalen zonder een nieuw venster te openen. Voor korte taken is dat een stuk efficiënter dan naar een webbrowser te switchen.

Waar het tekortschiet: Raycast is betaald voor de AI-functies boven het basisniveau. En het is macOS-only, net als Granola. Windows-gebruikers hebben hier weinig aan.

Creatief: geluid en beeld

Suno

Suno genereert muziek op basis van een tekstprompt. Je beschrijft een genre, een sfeer, eventueel een songtekst, en het systeem levert een volledig geproduceerd nummer terug.

Wat het goed doet: De toegankelijkheid. Je hoeft geen muzikant te zijn om iets te maken dat klinkt als een afgewerkt nummer. Voor jingles, achtergrondmuziek voor video's of gewoon experimenteren met genres is het verrassend bruikbaar.

Waar het tekortschiet: Suno is niet geschikt als je precieze controle wilt over het resultaat. Je stuurt bij via prompts, maar het is geen DAW. De AI kiest zelf hoe het geluid precies klinkt, en dat wijkt soms ver af van wat je voor ogen had. De juridische status van gegenereerde muziek is ook nog niet volledig uitgekristalliseerd.

Kling

Kling is een videogeneratie-tool van het Chinese bedrijf Kuaishou. Je geeft een tekstprompt of een afbeelding mee, en het systeem genereert een korte videoclip.

Wat het goed doet: De bewegingskwaliteit is beter dan de meeste concurrenten. Mensen bewegen vloeiender, fysica gedraagt zich redelijker. Voor korte clips van drie tot vijf seconden zijn de resultaten soms indrukwekkend realistisch.

Waar het tekortschiet: Langere clips blijven een uitdaging: na vijf seconden beginnen inconsistenties op te treden. Tekst in beeld weergeven blijft een zwak punt van vrijwel alle videogeneratietools, Kling incluis. En de free tier is beperkt in het aantal generaties.

Verwachtingen bij creatieve tools

AI-muziek- en videogeneratie werkt het best als je het behandelt als een startpunt, niet als eindproduct. Gebruik het om snel iets te hebben om op te reageren, om een richting te testen, of om materiaal te genereren dat je daarna bewerkt. Wie verwacht dat de eerste generatie klaar is voor gebruik, is vaker teleurgesteld dan wie het als ruw materiaal ziet.

Lokale tools: data op je eigen machine

Ollama

Ollama is de meest toegankelijke manier om AI-modellen lokaal te draaien. Na installatie haal je een model op met een enkel commando en je hebt een volledig functionerende AI die offline werkt en geen data naar buiten stuurt.

Wat het goed doet: De setup is echt eenvoudig. Je hebt geen technische achtergrond nodig om een model als Llama 3 of Mistral te draaien. Ollama biedt ook een OpenAI-compatibele API, waardoor je elke tool die werkt met de OpenAI API kunt koppelen aan een lokaal model.

Waar het tekortschiet: Je hebt hardware nodig die het aankan. Op een oudere machine of een machine met weinig RAM wordt de ervaring traag. En de output van lokale modellen blijft achter bij de beste cloudmodellen bij complexe redenerende taken.

LM Studio

LM Studio is Ollama met een grafische interface. Je kunt modellen zoeken en downloaden vanuit de app, er direct mee chatten, en een lokale server starten die als API-eindpunt werkt.

Wat het goed doet: De interface laat live zien hoe snel een model genereert en hoeveel geheugen het gebruikt. Dat is handig als je wilt begrijpen wat je machine aankan voordat je een groot model downloadt. De chat-interface is ook gewoon prettig in gebruik.

Waar het tekortschiet: LM Studio is omvangrijker dan Ollama en wat trager bij het opstarten. Als je alleen een API-eindpunt wilt en geen interface, is Ollama de lichtere keuze.

Browserextensies: AI in de zijlijn

Een categorie die makkelijk over het hoofd wordt gezien: extensies die AI-functies toevoegen aan de browser zonder dat je van tabblad hoeft te wisselen.

Sider is een zijpaneel in Chrome of Firefox dat context haalt uit de pagina die je op dat moment bekijkt. Samenvatten, vertalen, vragen stellen over een artikel: het werkt zonder te kopiëren en plakken.

Perplexity heeft ook een extensie waarmee je geselecteerde tekst direct kunt opzoeken of laten uitleggen. Goed voor snel context opbouwen bij iets wat je leest.

Monica biedt vergelijkbare functies als Sider maar met meer modelkeuze, inclusief de mogelijkheid om je eigen API-sleutels te gebruiken.

Het gemeenschappelijke nadeel van browserextensies: je geeft ze toegang tot wat je in de browser doet, wat privacyvragen oproept. Lees altijd goed wat de extensie vraagt voordat je hem installeert.

Tot slot

Het AI-landschap is breed genoeg dat "ChatGPT voor alles" eigenlijk hetzelfde is als "Google voor alles": het werkt, maar je laat een hoop liggen. Gespecialiseerde tools zijn vaak beter op hun specifieke taak, goedkoper, of geven je meer controle over wat er met je data gebeurt.

De meest productieve aanpak is ook de meest voor de hand liggende: kies een taak die je regelmatig doet, zoek uit of er een tool voor bestaat die beter past dan een generalist, en probeer het een week. De meeste tools in dit lijstje zijn gratis te proberen.


Gebruik je een tool die hier niet in staat en die je echt aanraadt? Stuur gerust een bericht.

§
JB

Jesse Burger

Schrijft over kunstmatige intelligentie, de impact op ons dagelijks leven, en de toekomst van technologie.